| Übungen | Verben | Präsens |


    Oefeningen - Werkwoorden in de onvoltooid tegenwoordige tijd


     Verben (Präsens)


  niveau 1
 sein
 haben
 werden
 modale werkwoorden
 zwakke werkwoorden
 sterke werkwoorden
niveau 2
 sein
 haben
 werden
 sein, haben + werden
 modale werkwoorden
 zwakke werkwoorden
 sterke werkwoorden
 alle werkwoorden

  niveau 3
 sein
 haben
 sein + haben
 modale werkwoorden
 alle werkwoorden
 diagnostische toets